Maarten en Diew go East
  • Home
  • Schrijfsels
  • Photos
    • Australië
    • Cambodja
    • Filipijnen
    • India - Noorden
    • India - Zuiden
    • Indonesië
    • Laos
    • Maleisië
    • Myanmar
    • Nepal - Annapurna
    • Nepal
    • Nieuw-Zeeland - Zuidereiland
    • Nieuw-Zeeland - Noordereiland
    • Singapore
    • Thailand - Noorden
    • Thailand - Isan & Zuiden
    • Vietnam
  • Guestbook
  • Route
  • Fun Facts!

“One's destination is never a place, but a new way of seeing things.”

Waar we zijn, wat we doen, wat we zien, wat we denken. Allemaal hier terug te vinden in schrijfsels van onderweg. Bedenkingen en comments van de andere kant zijn zeer welkom :)

Blog

Myanmar part I: What's going on? Een poging tot samenvatting.

1/30/2014

1 Comment

 
Foto
Myanmar is van alle landen die we gaan aandoen op deze trip toch één van de meest bijzondere omwille van de woelige geschiedenis en huidige precaire situatie... Ik wil de blogpost over Myanmar niet nóg langer maken dan hij al is maar ik heb tegelijk niet het gevoel dat ik kan uitweiden over de streken die we bezocht hebben, de mensen die we gezien hebben zonder iets te zeggen over de historische en huidige politieke situatie van het land. Daarom heb ik het in 2 opgesplitst. Hier vind je achtergrondinformatie over het land en hoe wij de gevolgen hiervan in Myanmar ervaren hebben. In een aparte blogpost heb ik het over onze reis door het land.

Voor ik wat begon op te zoeken over Myanmar wist ik er eigenlijk niet zoveel over... Voormalig Birma en ex-Britse kolonie, momenteel militaire dictatuur en Aung San Suu Kyi als boegbeeld van de oppositie die jarenlang in huisarrest heeft doorgebracht: dat moet het zowat zijn. De realiteit is veel complexer dan ik me had ingebeeld.

Hoewel Myanmar een naam is die de militaire dictatuur voor het land heeft gekozen zonder toestemming van de bevolking, is het een betere naam voor het land dan Birma, wat eigenlijk maar doelt op een klein deel van de bevolking. Er zijn 8 'officiële' bevolkingsgroepen die in Myanmar erkend worden: de Birmezen, Shan, Mon, Karen, Kayah, Chin, Kachin en Rakhaing. Elke groep concentreert zich ook min of meer geografisch binnen Myanmar. Het centrum van het land met zijn vruchtbare vlaktes wordt gedomineerd door de boeddhistische Birmezen die met zo'n 70% de meerderheid van de bevolking uitmaken. Het waren de Birmezen die regelmatig in de clinch lagen met de Thai, onder andere Ayutthaya met de grond gelijk maakten en die vanuit Bagan met zijn duizenden pagoda's heersten over wat nu Myanmar is. Daar rond heb je in het Noord-Westen bij de grens met India, het Noord-Oosten bij de grens met China en het Noorden van Thailand berggebieden waar Chin, Karen, Kachin, Kayah en Shan wonen, het kustgebied grenzend aan Bangladesh is Rakhaing, het deltagebied in het zuiden onder Yangon is eveneens Kachin en de smalle meest zuidelijke kuststrook grenzend aan Thailand is (grofweg) Mon. Dit lijkt een zinloze opsomming, uiteraard zijn er in elk land verschillende bevolkingsgroepen aanwezig, maar in Myanmar hebben sommigen van hen een relatief grote autonomie kunnen afdwingen van de huidige regering, waar anderen nog steeds (!) een guerrillastrijd voeren om onafhankelijkheid; wat ook de reden is dat zoveel grenszones in Myanmar ontoegankelijk zijn voor reizigers.

De hele historie rond hoe de Britten ertoe gekomen zijn om Birma te koloniseren is een lang verhaal dus in short: het hele gebied was onder hun controle vanaf 1885 mààr ze lieten wel verregaande autonomie toe aan bovenvernoemde minderheden wat verregaande gevolgen zou hebben in de onafhankelijkheidsstrijd in 1948 en ook nog zàl hebben zou de huidige militaire dictatuur ooit ten val komen. Birma werd eenvoudigweg deel uitgemaakt van 'Brits India' en een vloedgolf aan Indische immigranten arriveerden in Birma, die succesvolle handelszaken opzetten en in tegenstelling tot de Birmezen, (weliswaar lage) posities toegewezen kregen in de administratie. In 1927 was de meerderheid (!) van de bevolking in Yangon Indisch, meteen opgevolgd door Chinese immigranten die de maatschappelijke positie van de Birmezen zelf nog meer naar de onderste sporten van de ladder duwden. Deze vernederende situatie samen met een gebrek aan respect voor plaatselijke zeden en gewoonten (zoals je schoenen uitdoen bij het betreden van een boeddhistische tempel) zorgde natuurlijk voor enorme spanningen. Begin 20e eeuw leidde dit tot een roep om onafhankelijkheid waarbij universiteitsstudenten en monnikken voorop liepen. In 1937 zorgde dat ervoor dat Birma administratief werd gescheiden van Brits India en dat verkozen Birmese ministers werden opgenomen in de regering. Voor de nationalisten was dat echter niet genoeg en anti-Indisch en anti-Chinees geweld bleef onverminderd voortduren. Één van de voorlopers van deze beweging was Bogyoke Aung San, Aung San Suu Kyi's vader. Hij trok naar Japan om daar een militaire training aan te vatten en stichtte het Birmese Nationale Leger, bedoeld om met een gewapende strijd Birma te heroveren op de Britten. Hiertoe trok hij in 1941 samen met de Japanners Birma binnen maar wanneer de Japanners een even paternalistische houding bleken aante nemen als de Britten keerde de beweging haar kar en streed samen met de geallieerden om de Japanse invasie terug te dringen. Bij het einde van WO II zorgde dat natuurlijk voor een stevige positie van waaruit ze konden onderhandelen omtrent de onafhankelijkheid van Birma. In 1947 trok Aung San naar Londen als afgevaardigde van de onafhankelijkheidsbeweging en bekwam een akkoord tot onafhankelijkheid, dewelke zou ingaan in 1948. Bij terugkomst in Birma trok Aung San naar de leiders van de etnische minderheden en tekende met hen een pact dat zij voor de komende 10 jaar onder Birmese heerschappij zouden vallen. Indien de gang van zaken na 10 jaar niet bevredigend zou blijken te zijn, zouden zij dan de vrijheid hebben om ervoor te kiezen een autonome regio te worden. Bij de verkiezingen won zijn vrijheidsbeweging 172 van de 225 zitjes. Aung San werd datzelfde jaar nog vermoord door een partijleider van de (etnisch) Birmese oppositie. In 1948 werd Birma dan onafhankelijk met een boeddhistische etnisch Birmese meerderheid in de regering en meteen scheurde het hele land uit mekaar: rebellen, etnische minderheidsbewegingen, moslims, communisten en anti-communistische troepen gesteund door de VS brachten een totale chaos teweeg. 10 jaar later gaf de eerste minister vrijwillig de teugels over aan een interim-militaire regering onder leiding van generaal Ne Win. Dit lijkt vreemd, maar het leger werd tenslotte gesticht door Aung San ter bevrijding van Birma en genoot toen ontzettend veel vertrouwen. Het volgende anderhalf jaar was het rustigste uit de hele Birmese geschiedenis en in 1960 werden opnieuw democratische verkiezingen gehouden, waarbij de voormalige eerste minister herverkozen werd. Niet naar de zin van generaal Ne Win, die in 1962 een militaire coup pleegde, het parlement afschafte en een 'socialistisch' bewind instelde en de economie nationaliseerde. Gevolg: torenhoge werkloosheid, uitzetting van internationale hulporganisaties, economische isolatie, afschaffing van vrije media en politieke partijen. Tegen 1967 heerste er hongersnood, waar Birma vóór WO II de grootste exporteur van rijst ter wereld was geweest. Het duurde tot 1988 voor het volk hiertegen massaal in opstand kwam en de straten introk onder leiding van monnikken en studenten waarop de regering ongeveer 3000 demonstranten vermoordde, duizenden mensen zonder proces de gevangenis ingooide, gedwongen verhuizingen organiseerde onder minderheidsgroepen, dwangarbeid installeerde en tienduizenden Birmezen het land ontvluchtten. Het was tijdens deze volksopstand dat Aung San Suu Kyi – dochter van de nationale held – op het toneel trad als gezicht van de oppositie, de NLD (National League for Democracy), en vervolgens af en aan maar in totaal jarenlang onder huisarrest werd geplaatst. Verkiezingen werden uitgeschreven in 1990 waarbij de NLD een massal overwinning behaalde maar niet werd toegelaten te regeren.

Handel met China, Thailand en India zorgt ervoor dat ondanks sancties van de Verenigde Staten en Europa de militaire dictatuur nog steeds in voege is. Myanmar (zoals de regering het land hernoemde) is rijk aan olie, aardgas, teakhout, mineralen en edelstenen, alleen wordt de winst hiervan niet geïnvesteerd in het land of de bevolking maar geannexeerd door de regering. Dat zorgt ervoor dat Myanmar uiteindelijk een arme bevolking heeft, op een paar superrijken na, waarbij bovendien nog steeds duidelijk zichtbaar is dat de regering qua ontwikkeling op een pauzeknop heeft gedrukt met zijn jarenlange isolatie van de buitenwereld. Het niveau van onderwijs en gezondheidszorg is zeer laag, slechts gesubsidieerd door respectievelijk 4% en 1,5% van het BBP. De kwaliteit van 'materiaal' (wegen, gebouwen, kledij, technologie...) is over het algemeen eveneens zeer laag. De meerderheid van de bevolking leeft nog steeds van de landbouw.

Dit lijkt vreemd om te zeggen - we zijn tenslotte al eerder in ontzettend arme landen geweest waar slechts een minderheid van de bevolking een 'comfortabel' leven leidt - maar ik vind het schokkend om te zien wat opzettelijke informatiedeprivatie en gebrek aan loutere bewegingsvrijheid gedaan heeft met de bevolking van Myanmar. Een voorbeeld: onze 19-jarige gids op een hike, filosofiestudent, heeft nog nooit op een bus of een trein gezeten. Hij kent alleen zijn eigen dorp en het kleine gebied tussen Kalaw en Inle. Hij is nog nooit een supermarkt binnen geweest, wat hij eet komt rechtstreeks van het veld of van de markt. Maar het trage internet in Myanmar heeft hem intussen wel toegang gegeven tot filmpjes van 'India's got Talent' en zijn gesprekken met de toeristen die hij gidst geven hem een blik op een andere wereld. Een blik die, door de aard van de bron die bovendien heel willekeurige en slechts af en toe informatie biedt, op een vreemde manier vorm heeft gekregen. Hij weet dat Brussel de hoofdstad is van België en ook de 'hoofdstad' is van de EU maar hij weet niet dat het een klein land is, waar het ligt, dat het plat en koud is en er geen kokosnoten groeien. Ik kan me niet voorstellen dat ik weet heb van de communistische geschiedenis van Rusland maar niet weet wat een enorm gebied het beslaat of dat er een plek is bijvoorbeeld die Siberië heet waar het in de winter ijs- en ijskoud is om nu een stomme vergelijking te maken? Het valt op dat mensen in Myanmar oprecht graag horen over jouw leven, jouw land, hoe beperkt die gesprekjes ook zijn. Ze zijn ook merkelijk fier op de paar feitjes die ze je weten te vertellen en kennen van gesprekken met andere reizigers. Het is bevreemdend om te spreken met een veertigjarige arts of advocaat in het meest gebrekkige Engels om er bovendien achter te komen dat deze 'hogeropgeleide' mensen nog altijd maar een fractie afweten van de wereld in vergelijking met de overvloed aan informatie die wijzelf te onzer beschikking hebben. Te weten bijvoorbeeld dat ik over deze trip regelmatig en in absolute vrijheid in Bangkok zal passeren waar een man in een restaurant ons vertelt dat hij met alle moeite van de wereld voor zaken een visum had verkregen om naar Doha te reizen maar op de terugvlucht de toegang tot Bangkok werd ontzegd, terwijl hij gebruikmakende van de transfer gewoon drie daagjes daar wou doorbrengen om de stad te leren kennen.

Hoe zit het politiek gezien vandaag? Onder druk van steeds grotere internationale isolatie werden er in 2010 opnieuw verkiezingen uitgeschreven, waarbij de NLD weigerde deel te nemen. De junta kwam hiermee officieel tot een einde maar 25% van de zetels zijn sowieso gereserveerd voor het leger en de partij die gesteund wordt door het regime won de verkiezingen na een volgens velen vervalste uitslag. Onder invloed van een amalgaam aan factoren zijn er hierna echter op zeer korte tijd een heel aantal vrijheden bekomen, zo snel dat analisten er nog steeds hun hoofd over breken. Er werden opnieuw verkiezingen uitgeschreven voor 2015, Aung San Suu Kyi's huisarrest werd opgeheven, honderden politieke gevangenen werden vrijgelaten, mediarestricties werden opgeheven, het internet- en gsmverkeer (tot enkele maanden geleden kostte het 2500 euro om een GSM met simkaart te kopen, nu nog 'slechts' 150 euro) werd vrijgegeven net als de import van auto's, buitenlandse banken worden weer toegelaten,...

Verwacht wordt dat de verkiezingsuitslag in 2015 een overweldigende meerderheid zal betekenen voor de NLD, maar daarmee moeten nog altijd een heel aantal uitdagingen worden overwonnen. Veel wordt verwacht van Aung San Suu Kyi die niet op haar eentje het land zal kunnen hervormen en zich bovendien momenteel in de vreemde situatie bevindt van te moeten onderhandelen met een eerste minister die wordt ondersteund door de 'voormalige' junta, wat haar niet door al haar aanhangers in dank wordt afgenomen. Buurlanden die ondanks de handelsrestricties van het Westen hun contacten met het militaire regime nooit zijn gestaakt zullen zich moeten herpositioneren en eventueel verliezen lijden wanneer Myanmar een nieuwe democratische regering krijgt. Corruptie tiert welig binnen de huidige economie, iets wat niet meteen zal kunnen worden uitgeroeid. Reeds decennialang heersende etnische en religieuze spanningen (de meerderheid is boeddhist maar er zijn grote gemeenschappen van christenen, hindoe's en moslims in Myanmar) zullen niet meteen opgelost worden en mogelijk nog lang voor instabiliteit zorgen.

Myanmar heeft eigenlijk nooit een stabiele politieke geschiedenis gehad. Zelfs al zal het land binnen onafzienbare tijd hopelijk kunnen genieten van een democratisch verkozen regering vragen we ons af waartoe deze totaal nieuwe situatie in het land zal leiden. Stabiliteit lijkt ons alvast niet het antwoord te zijn, althans niet in de nabije toekomst. Ik kan niet anders dan me ontzettend gezegend te voelen dat ik bij toeval geboren ben in Europa. In België. In vrijheid. En bij elke glimlach die ik teruggeef aan al die glimlachende mensen die we hier tegengekomen moet ik daar opnieuw aan denken.


1 Comment

Myanmar part II: 24 dagen terug in de tijd...

1/30/2014

1 Comment

 
Foto
Myanmar is van alle landen die we gaan aandoen op deze trip toch één van de meest bijzondere omwille van de woelige geschiedenis en huidige precaire situatie... Ik wil de blogpost over Myanmar niet nóg langer maken dan hij al is (sorry!) maar ik heb tegelijk niet het gevoel dat ik kan uitweiden over de streken die we bezocht hebben, de mensen die we gezien hebben zonder iets te zeggen over de historische en huidige politieke situatie van het land. Daarom heb ik het in 2 opgesplitst. Hier heb ik het over onze reis door Myanmar. In een aparte blogpost vind je achtergrondinformatie over het land en hoe wij de gevolgen hiervan in Myanmar ervaren hebben.

Na een maand in het noorden van Thailand keren we terug naar Bangkok voor onze vlucht naar Myanmar. Ons alarm is het geluidsmatige equivalent van een zacht porretje in de rug om je uit dromenland te halen. Op zich beter dan de klassieke hersendoorklievende wekker maar ook gevaarlijk als je ergens op tijd moet zijn, say, op de luchthaven bijvoorbeeld... We vragen dus ook maar om een wake-up call voor de zekerheid :) Stipt om 6u30 klopt er iemand op onze deur en na een kattenwasje zijn we weg voor onze trip naar de luchthaven! 2 bussen naar het treinstation in het drukke verkeer en dan de eerste trein op naar het noorden om af te stappen bij Don Mueang Airport. Noedelsoep-ontbijtje in het station en we stappen op onze trein die jammer genoeg na 5 minuten uit het station gebold te zijn al 20 minuten stilstaat... Met een halfuurtje overschot komen we na toch wel een spannend ritje nog op tijd aan! Snel bagage inchecken, een extra lading duty-free SPF50 kopen en AirAsia brengt ons na een vlot en kort vluchtje laag over de Thaise en Birmese bergen veilig tot in Mandalay, de 2e grootste stad in Myanmar.

Mandalay heeft na ons opzoekwerk over het land 2 kanten: het historisch-poëtische gezicht van de Engelse bezetting - die het koninklijke paleis omtoverde tot gouverneursresidentie en officierenclub en die drama ontketende door geschoeid één van de vele pagoda's te betreden -, Rudyard Kipling en George Orwell tegenover het huidige iets minder poëtische gezicht van iedereen die er al geweest is en je vooral aanraadt niet te lang in deze lelijke, vuile stad te blijven... Maarten en ik vinden het eigenlijk allemaal wel prima, een stad hoeft niet mooi te zijn om charme te hebben! Ja het is vuil, maar niet zo vuil als India. En ja, de stad is lelijk maar toch... Mandalay is een enorm dambord met brede lanen van kapotte betonplaten die kruisen met of overgaan in kleine, onaangelegde hobbelweggetjes. De bebouwing is in het centrum een amalgaam van karakterloze Oostblokkubussen, kitscherige juweliers en verlichtingswinkels en massa's industriële generatorenverkopers. Verder naar de randen van de stad bestaan kleine woonwijkjes uit soms bakstenen, meestal houten dan wel bamboehuisjes waar kinderen en kippen door mekaar op straat rondlopen, mannen op hun scooter's of rickshaw's hangen en vrouwen de was doen of met mekaar staan kletsen op de hoek van de straat. Lelijk dus, maar toch charmant op de één of andere manier... Het verkeer bestaat uit een mengeling van pick-ups, busjes, scooters, fietsen, ossen- en paardenkarren wat de stad een gezellige in plaats van enerverende drukte geeft. Op elke straathoek vind je kraampjes die betelnoot, goudgekleurde kokosnoten voor de tempel, bloemen, frisdrank, snacks of groenten en fruit verkopen en tegelijk als ontmoetingsplaatsen lijken te fungeren voor de mensen uit de buurt. Thailand mag dan wel claimen het land van de glimlach te zijn, maar dan alleen maar omdat Myanmar haar campagne nog niet is begonnen: Thai zijn vriendelijk, sereen en beleefd maar hier zie je het soort volmondige glimlach die wordt uitgedeeld niet omdat het zo hoort, maar uit die oprechte, kleine momentjes van oogcontact die je hier in honderdvoud lijkt te hebben. Het alomtegenwoordige stof bedekt alles met een korrelig, beige laagje dat zachtgeel kleurt in de avondzon. Zachtgeel zoals de wangen van de Birmese vrouwen die volledig of in keurig aangebrachte patronen bedekt zijn met thanaka: een smeerseltje gemaakt van de bast van de thanakaboom dat multifunctioneel dient als zonnebrandmiddel, hydraterende en verkoelende crème en make-up. Een gezegde in Azië luidt: “'s Werelds mooiste vrouwen hebben een Thaise glimlach, Indische ogen en een Birmese huid.” Het moet dus wel werken :) Zowel mannen, vrouwen als kinderen kleuren hun wangen met thanaka en zowel mannen als vrouwen dragen hier geen broek maar een longyi: een lange wikkelrok die vooraan wordt toegeknoopt.

In elk geval, we hebben het wel naar onze zin :) Dag 1 rest ons enkel nog de namiddag en nadat we ingecheckt zijn in ons hostal is een bezoekje aan de markt het enige wat er nog af kan. De hostals in Myanmar zijn overigens een verhaal apart... Sinds een vijftal jaar is het toerisme in Myanmar ontzettend geboomd! Waar het land 20 jaar lang afgesloten was van de buitenwereld, vervolgens mondjesmaat buitenstaanders toeliet voor een maximumperiode van 1 (!) week met bovendien zéér veel restricties in bewegingsvrijheid en een jarenlange vraag naar een boycot van het toerisme vanuit de NLD (de partij van Aung San Suu Kyi) uit protest tegen de schending van de mensenrechten door het regime is het sinds een aantal jaar mogelijk om Myanmar voor een maximumperiode van 28 dagen te bezoeken. Uit vrees dat de grenzen zich elk moment weer zouden kunnen sluiten heeft dat voor een enorme toeloop van toeristen gezorgd in een land dat absoluut niet de faciliteiten had of heeft om dergelijke aantallen bezoekers te 'slikken'. En zo treedt het klassieke economische mechanisme van vraag en aanbod in werking natuurlijk, wat ervoor zorgt dat de weinige, kwalitatief-slechte hotels en hostals exorbitante prijzen kunnen vragen aan toeristen die hoe dan ook een slaapplaats nodig hebben. We betalen meer dan het dubbele van wat we in Nepal, India en Thailand hebben betaald voor kamers die nog niet half zo goed zijn; slaapgelegenheid neemt hier sowieso de grootste hap uit het budget. Eten daarentegen is hier behoorlijk goedkoop! Goedkoop en nogal... bizar? Om het zacht uit te drukken heeft Myanmar duidelijk een ander smakenpallet dan wij... De vorm zit goed: je krijgt een bord rijst, kiest je vlees en vervolgens krijg je massa's kleine kommetjes van een buffet aan bijgerechten. De inhoud daarentegen is niet dat... Vlees wordt klaargemaakt door het in olie te koken (!) en ook groenten worden rijkelijk bedeeld met een flinke scheut olie en jammer genoeg meestal ook met een gefermenteerde vispasta waarvan zowel de smaak als de geur op je tong en neus aankomen als de mokerhamer van alle rottigheid ter wereld. Met andere woorden: BAH! Zélfs voor iemand die van vis houdt (moi), zéker voor iemand die wenste dat alles wat uit de zee komt beter in die diepten was gebleven (Maarten). De oplossing? De vele Chinese en Indische derde-generatie-migranten die heel begrijpelijk hebben vastgehouden aan hun eetcultuur van herkomst: hallelujah! Begrijp ons niet verkeerd, af en toe vindt je een Birmees buffet dat nog wel ok is: je vist het vlees uit de olie, sommige bijgerechtjes zijn best te pruimen en toegegeven, ze zijn creatief in het maken van slaatjes! Een salade van groene tomaat met pindasaus of gefermenteerde theeblaadjes met noten? Het klinkt gek maar is echt lekker! Maar over het algemeen is de Birmese cuisine niet om over naar huis te schrijven... Of wel, maar dan niet in positieve zin :)

Mandalay dus! We blijven 2 dagen en beide dagen huren we fietsen en verkennen we de stad: een fietstochtje in het centrum op dag 1 waarbij we passeren langs Eindawya Paya (de pagoda also known as scene of the Brittish crime: in 1919 weigerden een aantal Britten hier hun schoenen uit te doen om de tempel te betreden en ontketenden zo een begrijpelijk woedende reactie bij de boeddhistische monikken!), een aantal teakhouten kloosters, een teakhouten brug over een kanaal waar kinderen spelen met vliegeraars, tot de Ayeyarwaddyrivier waar tientallen boten worden geladen en gelost om vervolgens hun tocht van noord tot zuid dwars door Myanmar verder te zetten, waarna we terugkeren richting centrum langs de kanalen rond het enorme voormalige koninklijke paleis naar een 900-ton wegende 8,5m hoge massief marmeren boeddha! Onderweg komen we op die dag ook Tanja en Line tegen, een tweetal travelbuddies Duits en Belgisch waar we 's avonds een lekker (en jammer genoeg het eerste van de enige 2 lekkere...) Birmees buffet mee gaan eten en een heel gezellige avond mee hebben! Gekke ontmoetingen dag 1: ik krijg thanaka op mijn gezicht gesmeerd van de thanaka-dames op de markt, ik word bij de arm genomen door een lief meisje van 22 jaar dat in de Eindawya Paya aan het bidden was en dankbaar gebruik maakt van onze aanwezigheid om haar Engels te oefenen en we krijgen een spontane en nauwelijks verstaanbare 'rondleiding' in een tempel van een 'vriendelijke' monnik die ons daarna om een donatie vraagt, wat we nog willen doen tot hij er doodserieus het bedrag van 10 dollar op plakt: niet voor de tempel maar voor een nieuw gewaad voor zichzelf... Say what? Een heel nieuwe interpretatie van bedelmonnik :) Dag 2 fietsen we naar het Taungthamanmeer op 15km van het centrum waarover de langste teakhouten brug ter wereld loopt, de iconische U Bein bridge. De weg die we nemen loopt heel toevallig door de beeldhouwerswijk waar we massa's 'hti's' (parasolachtig iets dat altijd bovenop een stoepa of boeddhahoofd staat) in verschillende stadia van aanbouw – half gelast, half beslagen, met en zonder belletjes tot oogverblindend goudkleurig – passeren, en honderden metalen en holle of kalkstenen boeddha's al dan niet met afgewerkt aangezicht: heel grappig :) We fietsen verder en komen op een bepaald moment wat we dénken dat een carnaval is tegen... De ganse, kilometerslange 84th street wordt ingenomen door achtereenvolgens: zorgvuldig opgemaakte meisjes prachtig aangekleed in traditionele, Birmese kostuums in gele, groen en blauw, een enorme, gouden boot op wielen met bovenop een glazen kist en erlangs gehurkt neergezeten opnieuw meisjes gekleed in het geel in traditionele kostuums vol glinsterende pailletjes met roeispaan in de hand, mannen verkleed als 'wilden' met niet meer dan een lendendoekje om, woeste, rode pruiken op hun hoofd, hun lijven zwartgesmeerd met roet en een speer in de hand en als laatste mannen verkleed als vrouwen: halfnaakt met enkel een kort rokje en beha aan, nylonkousen en op hoge hakken met hevig opgemaakte gezichten en pruiken in alle kleuren van de regenboog. Dit alles wordt in goede banen richting het centrum geleid door de politie en vreemd genoeg ook door monniken, die achtereenvolgens met groene en rode vlaggetjes zwaaien om de stoet een halt toe te roepen of te laten verdergaan. Het is een gejoel van jewelste want de mannen zijn allemaal straalbezopen, de groepen worden begeleid door pick-ups met enorme boxen waaruit luide Birmese dance schalt en de straat ziet zwart van het volk dat komt kijken naar het spektakel en dat geld probeert te vangen dat met duizenden kyats tegelijk (de plaatselijke munt) van de gouden boot wordt gegooid. Speciaal :) We slagen erin om de stoet zonder al teveel kleerscheuren door te komen en fietsen verder richting het vredige meer waar we bij een warme namiddagzon de enorme brug oversteken met onze fiets aan de hand. Aangekomen aan de overkant fietsen we rond het meer opnieuw naar 84th street waar de stoet ondertussen gekeerd is en richting het meer beweegt waar wij net vandaan komen. We worden gevraagd langs de kant te wachten en in tegenstelling tot enkele uren geleden, wordt de stoet voorafgegaan door tientallen auto's vol mannelijke (in bordeaux) en vrouwelijke (in zachtroze) monniken. Vreemd... De eerste pick-up draagt deze keer een levensgroot portret mee van een oude monnik, omgeven door bloemen... Heel toevallig staan we naast een monnik die ook staat te kijken en die wijst op zijn gewaad en vervolgens zijn hoofd zijdelings op zijn handen legt, alsof hij gaat slapen. Wanneer de gouden boot opnieuw passeert, voortgetrokken door honderden mensen aan een enorm lang en dik scheepstouw, hebben we pas door dat dit helemaal geen carnaval is, maar een rouwstoet! In de grote glazen kist bovenop de boot ligt nu het lichaam van de monnik op het portret, die naar het meer wordt gebracht voor zijn begrafenis. Dat een dode monnik reden tot feesten kan zijn vinden we nog begrijpelijk, als hij het goed heeft gedaan heeft hij een one-way-ticket to nirvana te pakken! Maar wat de zatte wilden en travestieten in het plaatje komen doen is ons nog steeds een raadsel...

De volgende dag gaat om 4u20 onze wekker want om 5u moeten we aan het busagentschap staan voor onze rit naar Hsipaw: nu een klein dorpje in het noordoosten van Myanmar, vroeger de stad waar de koningen van de Shan resideerden. Zodra de zon opkomt ziet Maarten (want ik probeer met mijn hoodie voor mijn gezicht nog een uiltje te knappen...) het prachtige landschap verschijnen: geoogste rijstvelden, loofbossen, ossenkarren vol hooi,... We komen aan na de middag en gaan meteen naar de dokter omdat ik al sinds Pai rondloop met huiduitslag die ondertussen is beginnen ontsteken... Ik krijg een corticosteroïdezalf voorgeschreven met antibacteriële werking en de uitleg dat “sometime(s), i(t) happen, touris(t) ge(t) reactio(n) to dus(t), foo(d), something”. Ok dan! De dag erop ziet het er wel effectief al veel minder lelijk uit en opgelucht vertrekken we om Hsipaw te verkennen, na een rondje op de ochtendmarkt (waar ik weer thanaka op mijn gezicht gesmeerd krijg en complimentjes met mijn lange haar :)) wandelen we naar het 'oude dorp' aan de overkant van de spoorweg (de volle 70cm breed!), laat Maarten onderweg de velcro op zijn paspoortpocheke terug vastmaken (waar we absoluut niet voor mogen betalen!) bij de plaatselijke naaister, gaan we naar een schrijn voor de dorpsbeschermgeest (die ziet groen en krijgt ook alleen maar groen gekleurde offers), passeren we de school waar alle leerlingen luid god weet wat aan het reciteren zijn, zien we vanuit de verte het 'paleis' waar de laatste Shanprins gewoond heeft voor hij vermoord werd door het regime mysterieus verdween en komen we terecht in een noedelfabriekje dat beheerd en gerund wordt door 1 familie. Ze spreken geen Engels maar we mogen wel rondkijken om te zien hoe het werkt, hoewel ze onze interesse héél bizar lijken te vinden :) Op de weg terug passeren we opnieuw een straatstalletje met Birmees buffet, de 2e en laatste keer dat het een lekker buffet is op onze hele trip :) De oude vrouw en haar zoon spreken goed Engels en we geraken met hen aan de praat over zijn studies filosofie, de Birmese politie en hun ongestrafte misdaden tegen voormalige Shan-leiders zoals zijn grootvader, de keren dat hij in het klooster is getreden (mannen moeten éénmaal voor hun twintigste en éénmaal erna minstens 1 week intreden) maar het niet lang volhield (“Get up at 4 o' clock, last time eating at 11 o' clock: very hard for me!”): interessant! We keren terug en wandelen meteen door naar een heuvel langs het dorp waar bovenop een pagoda staat (elke verhoging van aarde of rots is gelegenheid om er een pagoda op te zetten in Myanmar...) en we een prachtige zonsondergang zien boven de vallei waar Hsipaw gelegen is. Daar leren we Manu en Aude kennen, Parisiens waarmee we de volgende dag een wandeling doen door de omliggende velden naar Shan-dorpen rond Hsipaw: heel mooi! We wandelen tussen rijstvelden en bossen en door een mangoboomgaard en passeren dorpjes van teakhouten huisjes op palen waar onderaan kippen rondscharrelen, rijst wordt gezeefd en bonen en zaden liggen te drogen.

Dezelfde avond nog nemen we de nachtbus naar Kalaw in het oosten van Myanmar, nog enkele uren zuidelijker dan Mandalay. Kalaw werd gesticht door de Britten om te dienen als 'hill station' - zoals er ook vele zijn in India – en te ontsnappen aan de hitte van de vlaktes van het toenmalige Birma. Dat voelen we meteen, wanneer we afstappen van de bus om 4u 's nachts is het KOUD en hebben we aan onze trui niet genoeg! We komen naar Kalaw om een hike aan te vatten naar het Inle meer dat op ongeveer 3 dagen wandelen ligt van Kalaw. We wachten tot het licht wordt en trekken meteen naar de vijfdaags gehouden ochtendmarkt. Van de omliggende heuvels waar we later doorheen zullen trekken komen landbouwers naar Kalaw om hun waar te verkopen: vissen die letterlijk 'levende vers' zijn (ze worden al spartelend het hoofd ingeklopt alvorens professioneel en op aanvraag gefileerd te worden), evenzeer kakelverse kippen (die met hun poten aan mekaar gebonden op de grond ronddwarrelen terwijl de slachter hun stokgenoten op 1m afstand onthoofdt, ontpoot, ontpluimt en hun organen van het vlees scheidt), allerlei soorten bonen en knollen, wortels en kool, appels en pruimpjes, bloemen en planten maar ook gereedschap, kookgerei en verzorgingsproducten (Japanese technology!). Hun gezichten zijn gekleurd met thanaka maar zien er toch heel anders uit dan die van de Birmese vrouwen in Mandalay: ze hebben hoge jukbeenderen, kleinere ogen, fijnere trekken, een donkerder huid. Ze zijn Pa-O, Palaung, Danu en Taung Yo en dat blijven ze ook. Trouwen met iemand van een andere etnische achtergrond betekent verstoten worden uit de gemeenschap. Als ze hun familie dan nog willen bezoeken, krijgen ze een beperkt aantal uur om dit te doen waar ze bovendien voor moeten betalen! Ze zitten gehurkt achter hun waar; gehaaide verkoopsters die levendige discussies voeren met hun klanten over de juiste prijs! Ze dragen een Birmese longyi maar hebben ook typische doeken op hun hoofd, elk met hun eigen patroon en op een speciale manier gebonden, kauwen betelnoot en roken Birmese sigaren, eten wat rijst terwijl ze tegelijk hun baby's de borst geven. Oma's, moeders en jonge meisjes lopen met enorme tassen in de smalle gangetjes langs mekaar door en inspecteren de waar met geoefend oog: zalig schouwspel om naar te kijken! Via de markt lopen we naar een agentschap dat ons door meerdere mensen al werd aangeraden om onze hike te regelen. We laten onze naam op een lijst zetten voor vertrek de volgende dag en doen een wandeling in de omgeving naar een grot die werkelijk vól grote en kleine boeddha's staat (de 'conciërge' zegt dat het er meer dan 8000 zijn, allemaal donaties van pelgrims die onderaan 'hun' boeddha een naamplaatje bevestigd krijgen), naar een klooster waar we thee en nootjes aangeboden krijgen en zo via enkele woonwijkjes weer terug. Onderweg leren we Paolo kennen, een Italiaanse architect die in London woont en niet werkt voor wàlgelijk rijke mensen maar toch wel behoorlijk onfris ruikend rijke mensen; als je zonder verpinken om een 'goedkope' keuken vraagt, maximum 250.000 pond... Hij heeft voor de trek zijn naam neergeschreven bij hetzelfde agentschap en we wandelen samen terug naar het centrum om de trek te betalen, meer info te krijgen over het verloop en om iets te eten. 

Onze hikegroep bestaat uit Daniel (35, PhD in de fysica, koopt olievelden op als job), Alexander (32, PhD in aeronautica, LEAN consultant bij Porsche), Suzy en Manu (29 en 33, douanier en commercial manager), Paolo en wij. Hersens dat we daar bijeen hadden! Hersens! En een toffe bende, dat ook ;) Onze gids voor de volgende 3 dagen is Yola, een sympathieke kerel van 19 jaar en student filosofie die gidst tijdens zijn vakantie om zijn studies te financieren. De 3 dagen vliegen echt voorbij! Het landschap is prachtig: naaldbossen en droge grasvelden de eerste dag, geoogste rijstvelden en velden vol rode peper-plantjes op dag 2, glooiende heuvels vol rode vlekken waar de pepers te drogen worden gelegd in de hete zon en in de verte karstheuvels die we doorsteken voor de rotsige en droge zandvlaktes op dag 3 tot we aankomen bij de rand van het Inle meer. We passeren piepkleine dorpjes van de mannen en de vele vrouwen die we op de vijfdaagse markt in Kalaw hebben gezien en slapen op dag 1 in het huis van de dorpsleider en op dag 2 in een bijkamer in het huis van onze kok. De huizen zijn gemaakt van bamboe en onze slaapplaats is dus heel basic. Minder ideaal gezien de ijskoude temperaturen! Overdag schijnt er een loden zon boven onze hoofden maar zodra de zon ondergaat zakt de temperatuur tot vriespunt! Vooral de eerste nacht is bitter koud: zodra we aankomen wassen we het roestbruine stof van onze voeten en doen we alle kleren aan die we bij ons hebben! Volledig uitgedost in jas, sjaal en muts eten we rond een laag tafeltje in onze 'slaapkamer' waar een lange rij matjes voor ons klaarligt. Terwijl we nog even napraten horen we opeens gebrul buiten het huis. Het blijkt binnen een kwartier dorpsvergadering te zijn en een man komt huis aan huis om om te roepen dat als van jouw gezin geen afgevaardigde opdaagt, je 3000 kyat boete moet betalen. Wanneer Manu een uur later in het 'winkeltje' van het dorp zijn camerabatterij van de zonnecel komt loskoppelen valt hij per ongeluk binnen op de vergadering :) We krijgen elk 3 dekens maar zelfs daarmee en volledig aangekleed heeft iedereen het nog ijskoud... De buffel (die trouwens een zeer wussy geluidje maakt voor zo'n enorm, gehoornd beest te zijn...) onder het op palen staande huis brengt ons jammer genoeg niet de warmte die we verwacht hadden :) Nacht 2 zitten we alweer achter het karstgebergte en hoewel hoger gelegen is het daar iets warmer. De mannen proberen 'chinlon' te spelen: een spel waarbij je in een cirkel staat en een holle rieten bal naar mekaar toe moet spelen en in de lucht houden zonder je handen te gebruiken. Ze bakken er niet veel van :) En op dag 3 komen we iets na de middag al aan bij het Inle meer waar we na een bootritje van een uurtje aankomen aan de overzijde in Nyaungshwe. We zoeken elks ons eigen hostal op waar onze bagage al staat te wachten en spreken 's avonds opnieuw af om iets te gaan eten en de volgende dag om samen te gaan fietsen. We fietsen rond het meer naar een marktje in één van de omliggende dorpjes, fietsen verder naar een pagoda op een heuveltop (waar anders?) vanwaar we een mooi zicht hebben op het meer en zetten onze tocht verder naar een wijngaard waar we bij een warme namiddagzon samen een heerlijke rosé en een Cabernet Sauvignon soldaat maken: zalig! Zalig ook voor mij want naast de hete zon overdag en de koude wind 's nachts heb ik jammer genoeg ook de hele trek last van ontzettende jeuk... Opengekrabde muggenbeten rond mijn enkels zijn al aan het ontsteken sinds onze aankomst in Kalaw en tijdens de trek zelf krijg ik nog huiduitslag bij... Aangekomen in Nyaungshwe ga ik opnieuw naar de dokter die vermoedt dat de huiduitslag komt van een parasiet en dat rond mijn enkels het spierweefsel geïnfecteerd is door een bacterie... Een driedaagse trek ondernemen was dan niet het slimste idee natuurlijk maar ik had nu eerlijk gezegd niet gedacht dat het zo erg zou zijn... Ik krijg een anti-parasitair middel en antibiotica voorgeschreven: op hoop van zege maar! De volgende dag zijn Daniel, Suzy en Manu verdergereisd en doen Alexander, Paolo, nog een platte Fransoos en wij een boottochtje op het meer. Het begin is nogal artificieel ('valse' vissers op het meer en de bootman zet ons af bij een juwelenwinkel op het meer...) maar nadat we duidelijk hebben gemaakt dat we zo'n fratsen niet nodig hebben varen we naar een tempel waar de boeddha's van het vele bladgoud ondertussen onherkenbaar zijn veranderd in vormeloze bobbels en door een volledig dorp op palen middenin het meer waar we de 'echte' vissers van ver aan het werk zien: heel chique! Diezelfde avond nog vertrekken Maarten en ik naar Yangon in het zuiden van Myanmar bij de deltaregio van de Ayeyarwaddyrivier. Zelfs met de medicatie die ik neem is er nog meer huiduitslag verschenen en eerlijk gezegd hebben we weinig vertrouwen in de Birmese artsen die we tot nu toe hebben gezien. Zeggen dat er een duidelijke anamnese of fysisch onderzoek aan te pas kwam is zoiets als zeggen dat een psycholoog weet wat er aan de hand is door te vragen “'Sup?”.

Off we go dus en naar goeie Birmese gewoonte komen we weer meer dan een uur vroeger dan verwacht aan in Yangon op het onfrisse uur van 4u30! Beter te vroeg dan te laat :) We nemen de bus naar het centrum, zien onderweg de schitterende, enorme gouden Shwedagon Paya in de verte liggen en installeren ons bij aankomst in de hypermoderne dorm van ons hostal. Ontbijtje vangen en meteen de bus op naar een internationale 'clinic' waar ik na een uur wachten opnieuw terecht kom bij een Birmese arts die nauwelijks naar mijn huid kijkt en zegt dat het een voedselallergie is... Ik heb niet geslapen. Ik heb al 3 weken aan een stuk jeuk. Ik heb legendarisch weinig geduld as it is en ik vertel de lieve man dat hij geneesheer nummer 3 is die ik zie, dat ik nog 13 maanden reizen voor de boeg heb, dat ik niet van plan ben om nog 13 maanden jeuk te hebben en om de week een nieuwe arts te zien die niet naar mijn huid kijkt en dan maar 'raadt' wat het zou kunnen zijn. Dat zorgt er gelukkig voor dat we terecht kunnen bij een Franse arts die in de clinic werkt en wél doorvraagt naar het hele verhaal en wél fatsoenlijk kijkt naar mijn huid: eindelijk! De diagnose van Birmese arts n°2 geniet haar voorkeur: er is in elk geval van alles lelijk ontstoken. Ik moet mijn antibioticakuur zeker verder zetten. De originele uitslag zou een parasiet kunnen geweest zijn maar gezien die verdwenen is kan ze zich daar natuurlijk niet met zekerheid over uitspreken. De medicatie zal in elk geval geen kwaad hebben gedaan. Huiduitslag n°3 is ook voor haar een mysterie en ze stelt voor om nog even af te wachten en de jeuk gewoon te verdragen. Ik ben al blij dat ik iemand voor me heb gehad die effectief nadenkt, onderzoekt en dan nog logisch redeneert ook. Conclusie, ik ben op zich niet veel wijzer geworden maar toch tevreden :) De volgende dag bezoeken Maarten en ik de topattractie in Yangon: Shwedagon Paya! Gebouwd door de Mon tussen de 6e en 10e eeuw (nogal ruime schatting vind ik maar soit...) maar door verschillende aardbevingen dateert de huidige vorm van slechts 1769. Hoe ziet het eruit? Als een enorm, gouden, omgekeerd ijshoorntje met bovenop de obligate 'hti' en een windvaan. Wanneer we detailfoto's zien van wat er zo'n 100m boven de grond op de Paya staat zien we dat de hti en windvaan werkelijk vól hangen met kostbare juwelen en edelstenen! Speciaal... Wat is het? Een zoveelste monument met binnenin 8 haren van de Boeddha. De lieve man lijkt wel over heel Azië zijn haardos uitgeschud te hebben. Waarom is het van goud? De hele goudrush als het gaat om het adorneren van boeddhistische tempels, boeddhabeelden en stoepa's dateert eigenlijk pas van de 15e eeuw. Koningin Shinsawbu doneerde haar eigen gewicht in goud om de Paya te bedekken. Haar zoon en zijn vrouw deden beter met viermaal hun gewicht in goud. Daarna was over heel Azië het hek van de dam lijkt wel. Best vreemd zo, ter ere van een filosofie die onthechting preekt. Niet dat het Christendom daarin een haar (van boeddha?) beter was hoor. Betaal je werkelijk 8 dollar voor enkel die Paya? Nee! Maarten en ik sneaken binnen met de toegangssticker van een vriendelijk Frans koppel dat we buiten tegenkomen (suck it militaire dictatuur!) en zien wanneer we bovenkomen op de heuvel (duh...) waarop de Paya staat dat rondom de enorme ijshoorn màssa's stoepa's, boeddhabeelden en tempels te vinden zijn. Er heerst best een bijzonder en prettig atmosfeertje! Er lopen misschien 10 toeristen rond maar verder vooral Birmezen: koppeltjes, gezinnetjes, monniken die allemaal maar wat rondstruinen, snackjes verorberen op de trappen van de tempels, bidden en offers brengen.

We blijven tot de late namiddag en moeten ons uiteindelijk nog haasten om onze nachtbus te halen naar Bagan! De taxi die we aanhouden is gelukkig eigendom van een chauffeur die duidelijk veel naar The Fast and The Furious heeft gekeken :) We scheuren vrij letterlijk door het drukke verkeer tijdens Yangon-spitsuur naar het busstation, onderweg luid toeterend om iedereen uit de weg te drummen! Netjes op tijd worden we gedropt voor het busagentschap waar mooi opgemaakte bushostesses in nette uniformpjes ons staan op te wachten met een koffietje: courtesy of Mandalar Minn Express: olé! En rara, een uur vroeger dan voorzien komen we om 4u aan in Bagan! Perfect, want bussen die 's nachts arriveren worden niet tegengehouden door de toeristenpolitie om inkom te betalen voor het betreden van de archeologische zone van Bagan. Best wel een budgetmeevaller, aan 15 dollar per persoon spaart dat ons bijna een dagbudget uit! We wandelen een kwartiertje naar ons hostal, droppen onze rugzakken, huren fietsen en rijden in het donker naar de pagoda's om de zonsopgang te zien. Bagan ligt opnieuw meer naar het noorden in het centrum van Myanmar in een bocht van de Ayeyarwaddyrivier die het land van noord tot zuid doorkruist en bij Yangon uitwaaiert in een delta die uitmondt in de zee. Bagan was de hoofdstad van het Birmese rijk van 1047 tot 1287. Gedurende die periode beslisten alle opeenvolgende koningen om het gebied werkelijk vól te bouwen met meer dan 4000 boeddhistische tempels en stoepa's! In Myanmar, net als in Thailand, werden enkel religieuze gebouwen geconstrueerd in (bak)steen, alle andere gebouwen waren van hout. Dat zorgt ervoor dat Bagan nu een enorm gebied is met hier en daar een dorp of rietenmattententenkamp maar vooral honderden en honderden al dan niet (slecht) gerestaureerde tempels temidden van een droge vlakte vol hoge grassen en bomen. Het blijkt toch niet zo simpel te zijn om in een nog inktzwarte ochtend te bepalen wààr we precies best naartoe gaan om de zonsopgang te zien :) Maar na een klein halfuurtje fietsen wordt het iets lichter, passeren we een tempel waar we enkele mensen zien en wijst een tienjarig meisje ons welke tempel trappen heeft zodat we vanop het 'dak' de zon kunnen zien opkomen. De schoenen gaan uit en Maarten en ik klimmen langs een smal en laag trappenhalletje verborgen in de zijkanten van de tempel het meisje achterna naar het dak. Boven aangekomen klimmen we nog een niveautje hoger de terrassen op en hebben we een prachtig uitzicht op de vlakte! Om 5u30 tekenen de eerste zonnestralen vanachter de heuvels rondom Bagan in een zachtgeel licht de contouren af van de honderden tempels waar we op neerkijken. We genieten van de rust en de stilte tot de ochtendzon hoog aan de hemel staat en keren dan moe maar tevreden terug naar ons hostal. Na een flink koude douche om wakker te worden fietsen we terug naar de tempelvlakte, iets makkelijker zo met voldoende licht :) En daarmee vullen we ook onze volgende dag in Bagan: op het gemak wat rondfietsen tussen de tempels en genieten van deze bijzondere plaats!

Next stop: Mawlamyine in het zuidoosten van Myanmar, nog voorbij Yangon en dus een heel eind van Bagan... We nemen opnieuw de nachtbus naar Yangon (Mandalar Minn Express, we love you!) en komen daar aan om 4u30, toch niet te vroeg zeker? We willen geen extra dag doorbrengen in Yangon dus wachten in het busstation tot we om 8u meteen door kunnen naar Mawlamyine waar we net na de middag aankomen. Het is de 4e grootste stad in Myanmar en was de eerste hoofdstad van koloniaal Birma. Mawlamyine is gelegen aan de monding van de Thanlwinrivier en nog steeds een belangrijke havenstad. Fun fact: George Orwell was hier ooit nog gestationeerd als politieagent en de stad is dan ook de setting van zijn memoir 'Shooting an Elephant'. Tot zover de korte introductie :) Onze tijd in Myanmar begint te korten dus we moeten keuzes maken. Na het stoffige en droge Bagan leek het zuidoosten ons een prima bestemming: niet teveel mensen nemen de moeite om tot hier te komen hoewel de omgeving echt prachtig is! De Mon en Kayinprovincie zijn een heel vruchtbare streek vol rijstvelden in alle stadia van 'aanbouw', bananenplantages, enorme palmbomen en karstgebergte zover je kan zien. Mawalmyine is op zich nog wel een gezellig stadje: we wandelen over de markt waar we tamarinde kopen, langs de rivier, langs de ex-koloniale gevangenis van 1908 (nog steeds in gebruik!), eten een biryani en drinken chai dankzij de aanzienlijke Indische populatie hier en wandelen via een enorme door een houten dak overdekte trap middenin de stad omhoog een heuvel op waarop 3 (verrassing!) enorme pagoda's gebouwd zijn. We leggen ons boven bij de grootste pagoda neer op een bankje en wachten op een wazige zonsondergang tot de oranjeroze zon achter een muisgrijs waas aan de andere oever van de rivier wegzakt. Onderweg wandelen we door allerlei woonwijkjes waar iedereen uiterst verbaasd is ons daar te zien :) De straten zijn niet aangelegd en liggen vol grote modderige plassen waar iedereen met scooter en fiets doorheen laveert. De huisjes zijn gemaakt van niet meer dan houten planken of bamboematten en staan vaak zo gegroepeerd dat ze met enkele huisjes een binnenpleintje creëren. Wanneer we een hele groep op de grond op zo'n binnenpleintje zien zitten terwijl één vrouw in het midden telkens iets roept gaan we benieuwd even kijken. Ze spelen bingo, algemene hilariteit natuurlijk wanneer we even bij de avondactiviteit van de buurt komen piepen :) Birmese boeddhisten, Mon christenen en hindoe of moslim soms wel vierde-generatie-indiërs wonen hier allemaal door mekaar. Pagoda naast kerk naast hindoetempel of moskee. Ik moet denken aan al wat ik gelezen heb over etnisch en religieus geweld naar Indiërs toe wanneer de geur van massalakruiden me tegemoet komt vanuit de vele huisjes die we passeren, en vraag me af in welke mate de Indische families in deze wijkjes hiermee te maken krijgen. Wat doe je als je in je geboorteland wordt nagekeken omdat je overgrootouders door de koloniale Britten hier naartoe werden gehaald en jij de gewoontes volgt van een land dat je alleen maar kent van naam? Mawlamyine is gezellig, maar onze tripjes naar de omgeving zijn toch het meest memorabel. Wapenfeit één: we skippen de iconische 'Golden Rock' in Kyaiktiyo en gaan in plaats daarvan naar de plaatselijke variant: een heuvel met aan de top drié gouden rotsen balancerend op mekaar en daar bovenop (wat anders?) een pagoda! We nemen de lokale pendelaarsbus en komen aan bij de voet van de heuvel waar we moeten wachten tot er genoeg pelgrims zijn om de pick-up te vullen die het ritje naar boven maakt. Gelukkig komt er na 10 minuutjes wachten een minibusje aan vol oudjes en niet lang daarna hotsen en botsen we vanop onze houten plankjes naar boven langs gevaarlijk diepe hellingen maar met een prachtig zicht op de omgeving! De pelgrims zitten met een strakke planning, de pick-up rijdt na een halfuurtje alweer naar beneden: respect betonen aan de drie gouden rotsen en dan naar een monnik die voor hen en met hen reciteert (op aanvraag heb ik het idee?). Wanneer één van de dames me van op een afstandje ziet toekijken roept ze me erbij en moet ik naast haar neerzitten. Best wel bijzonder om dit met hen mee te maken, ook al begrijp ik absoluut niet wat er gezegd wordt. Ik kijk dus maar een beetje rond en merk dat de oudste man van de hoop op zijn kale hoofd (daarvoor droeg hij een hoed) een enorme tattoe heeft staan! Terug op de pick-up doe ik teken naar zijn hoofd en 'vraag ik' of ik ze wat beter mag bekijken. Dat mag! Ik ken ondertussen het Birmese woord voor 'mooi' en daar moet hij smakelijk om lachen, waarop hij wijst naar zijn arm, die helemaal zwart geïnkt is! Om de één of andere reden had ik niet gemerkt dat de lieve man, 78 jaar oud, de meest bad-ass sleeves heeft die ik ooit heb gezien! Hij heft zijn nette, gesteven witte hemd op voor een streepje rug en buik en de broekspijp van zijn beige, in de plooi gestreken chino: zijn héle lichaam staat vol! Mijn mond valt open van verbazing wat ze natuurlijk allemaal hilarisch vinden. Zeker wanneer ik wijs op Maarten's tattoe liggen ze allemaal plat van het lachen :) Terug veilig (nou ja, ons houten bankje breekt door maar zonder gewonden) beneden aangekomen zijn ze zo vriendelijk om ons een lift aan te bieden in hun minibusje terug naar Mawlamyine. Wij delen onze pindanootjes uit aan hen, zij delen hun raapjes met ons! We kunnen amper met hen communiceren natuurlijk, maar toch is het een superfijne rit :) Wapenfeit 2: ons bezoek aan de grootste liggende boeddha ter wereld. 180m lang, 34m hoog! We nemen 2 pick-ups om bij het complex te arriveren waar alles net in gereedheid wordt gebracht voor een festival ter ere van de monnik die bedacht heeft om de enorme boeddha te construeren. En wat is een betere manier om dit te eren dan een Myanmar-Thailand Muay Thai bokskampioenschap? Van de enorme, kitscherige ingangspoort tot aan de megaboeddha loopt er links van de lange laan een rij levensgrote kalkstenen bedelmonniken. Aan beide zijden worden ondertussen kraampjes opgezet: eetkraampjes, souvenirkraampjes, offergavenkraampjes,... Een heel dorp op palen wordt opgebouwd en we vinden het jammer dat we er niet zijn om het in actie te zien! Het einde van de laan wordt geflankeerd door een enorme monnik met zwaard en tijger langs de ene zijde en een krachtpatser in rood-wit geblokte pamper met mokerhamer langs de andere zijde. Disneyland? Boeddhaland! We passeren nog een hoop stoepa's in suikerstokkleuren en arriveren dan bij de megaboeddha die je binnen kan lopen langs zijn hoofdkussen. Wat we daar binnenin aantreffen is werkelijk spectaculair: de volle 4 verdiepingen van zijn gekroonde hoofd tot zijn tenen is gevuld met scènes uit zijn leven en ensceneringen van mythes en legendes in levensgrote kalkstenen beelden. Van zijn moeder die van een witte olifant droomt tijdens haar zwangerschap tot de verlichting onder de bodhiboom en orgieën van stoute koningen gevolgd door duivelsfolteringen in het vagevuur: alles kan je er terugvinden, in flashy technicolor évidemment! We nemen opnieuw 2 pick-ups terug naar de stad en stappen om 14u op de bus naar Hpa-An, enkele uren noordelijk weer richting Yangon. De rit is prachtig! Een lange, met loofbomen omzoomde laan en daarlangs zover het oog reikt bossen, bananenplantages en rijstvelden die worden aangeplant, in volle 'bloei' staan of worden geoogst met daartussen de occasionele gigantische palmboom en karststenen bergheuvels! Hpa-An is opnieuw een druk maar gezellig stadje waar niet teveel reizigers naartoe blijken te komen. In ons hostal leren we op het terrasje meteen fijne mensen kennen waarmee we samen iets gaan eten en drinken (gaan drinken is relatief, we zitten in het enige bar/resto dat open is tot 23u...) en waarvan er 2 de dag erop samen met ons een rondrit maken in de omgeving. Korte samenvatting: grotten, grotten en nog eens grotten, mooie uitzichten, massa's pagoda's en massa's boeddha's! Ik zal jullie niet vervelen met de beschrijvende details want mijn schrijfsel is alweer lang genoeg :) Na 2 dagen in Hpa-An (en zonder te slapen want er is een boeddhistisch festival aan de gang waarvoor monniken DAG EN NACHT met slechts een pauze tussen 2u en 4u 's nachts heilige teksten reciteren...) keren we terug naar Yangon voor onze vlucht naar Bangkok. Myanmar: onverwacht prachtig, inspirerend en zeer hard de moeite!


1 Comment

Roadtrippin' in Noord-Thailand en een zalig Kerstfeest en Gelukkig Nieuwjaar!

1/2/2014

3 Comments

 
Foto
Onze 2e helft Thailand brengen we door al roadtrippend door het noorden van Thailand: hoi! We laten Maarten’s rugzak gevuld met de spullen die we niet nodig hebben achter in ons hostal en vullen de mijne met wat we wél gaan meenemen. Ik draag de rugzak en zit achterop en Maarten bestuurt onze 125cc: helm op, tank volgooien en vamos! Ons beestje haalt op vlakke grond vlotjes 90km/u en we cruisen de stad uit op de 108 richting Doi Inthanon: met 2595m de hoogste berg van Thailand in het gelijknamige nationale park. De drukte van Chiang Mai maakt meteen plaats voor het platteland en we zien niets dan rijstvelden en bos om ons heen. We hebben een kaart mee maar desondanks wordt het tricky om de weg te vinden zodra we de snelweg afgaan… De wegaanduidingen in het Engels zijn verdwenen en Thai heeft een eigen schrift, dus we vergelijken de Thais/Engelse namen op onze kaart met wat we op de borden zien maar dat maakt ons niet veel wijzer… We komen ook regelmatig op splitsingen terecht zonder richtingaanwijzers of kilometermarkeringen met het nummer van de baan en zijn dan aangewezen op de hulp van mensen die we af en toe kruisen. Ergens gaat het mis, want na veel rondrijden  - in een weliswaar prachtige omgeving van beboste bergen – komen we na een paar uur pas via een compleet andere richting op een weg waar we allang geleden op hadden moeten zitten… Maakt niet uit, we zitten terug juist en rond 15u rijden we via een niet-geplande route het nationale park Doi Inthanon binnen! De eerste kampplaats die we daar tegenkomen is superduur en een Thais koppeltje met Hello-Kitty-aangeklede Suzuki wijst ons de weg naar het informatiecentrum van het park, waar je iets goedkoper kan verblijven. Er komen weinig buitenlanders in dit park en niemand spreekt Engels dus het meisje van het koppeltje helpt ons met haar beperkte Engels en gaat mee kijken naar de ‘kamer’ die nog vrij is. De ‘kamer’ blijkt een grotje te zijn… Een fake-grotje compleet met fake mosbegroeiing, miniraampje, minideurtje, matras op een verhoog, waterkoker en Nescafé! Het meisje is van Bangkok en zoals zoveel meisjes daar gekleed in Mangapoppetjes-stijl, ze lijkt er oprecht spijt van te hebben dat wij een Disney-achtig grotje krijgen en zij een ‘gewone’ bungalow hebben gereserveerd J We installeren ons en gaan in het naburige dorp wat naar een voetbalmatch kijken terwijl we bananenchips snacken langs de zijlijn: gezellig! Het noorden van Thailand is bergachtig en daardoor een pàk kouder dan Bangkok. We hebben lange broek, wandelschoenen, windstopper en fleace dan ook terug vanuit de bodem van onze rugzak moeten halen voor dit tripje! We besluiten aan de kou te ontsnappen door héél vroeg te eten en meteen ons grotbedje in te kruipen. Na een heerlijk noedelsoepje kruipen we erin om 18u en vallen we in slaap met het geluid van een gitaar en vals Thais kattengejank rond het kampvuur op de achtergrond…

Dag 2 van onze roadtrip: Doi Inthanon op! Ons beestje heeft het iets makkelijker om ons de steile hellingen op te trekken zo zonder rugzak waar ie de dag voordien serieus heeft moeten sleuren om ons fully-loaded de bergen in te krijgen. Het aantal km/u en ons benzinepijltje zakken telkens verrrrr naar beneden iedere keer we moeten klimmen! Boven aangekomen was ons plan om een paar uur in ons uppie te gaan wandelen maar het park wordt streng beheerd en je kan niet zomaar het bos intrekken. Voor wandelingen van een dag of langer moet je vooraf reserveren dus we plakken de enige 2 ‘vrije’ wandelingen dan maar aan mekaar: eentje van een halfuurtje en eentje van 3 uur waarvoor we verplicht een gids moeten inschakelen. Doi Inthanon is bedekt met een zeldzaam ‘wolkenbos’, wat betekent dat het zijn water via zijn bladeren onttrekt aan de wolken en de mist die het bos hoog in de bergen constant omcirkelen. Het ziet er heel magisch uit: de mist glijdt in trage grijze slierten tussen de met mos bedekte bomen, de ondergrond is volledig bedekt met langzaam vergaande planten, varens en mos en overal hoor je het geluid van klaterende stroompjes! Voor de gegidste wandeling sluiten we ons aan bij een groep van 13 Thaise studenten uit Chiang Mai die hier op weekend zijn. Ze studeren heel toevallig Engels dus dat maakt de zaken alvast wat makkelijker J Wandelen is niet hun favoriete tijdverdrijf en hoewel het niet lang duurt zuchten en steunen ze vaak en moeten ze regelmatig pauzeren J Maar ze hebben er plezier in en overal worden de obligate selfies genomen natuurlijk, waarvoor wij ook vaak moeten poseren J Terug beneden halen we onze rugzak op en zetten we onze tocht in de namiddag verder naar het westen, richting Mae Chaem. Het is maar een kort ritje en nadat we een paar plaatsen hebben gevonden met bungalows en prijs hebben gevraagd (hun zaak staat volledig léég maar om de één of andere oncommerciële reden verwijzen ze ons liever naar een buurman met lagere prijs dan die van hun te laten zakken…) vinden we een goeie cheapie om de nacht door te brengen. Mae Chaem is een klein, onooglijk dorpje waar weinig te zien of te doen is maar we hebben het er prima naar onze zin J We cruisen rond op ons beestje in het dorp en zoeken een straatresto om iets te eten. Mensen staren ons overal aan en de klanten van het plaatsje waar we ‘bestellen’ (wijzen op andermans bord, wijzen op jezelf, 2 vingers opsteken, danku zeggen in het Thais) vinden ons hi-la-risch! We merkten in Doi Inthanon ook al dat de mensen hier niet meer ‘Thai’ zijn zoals in Bangkok: hun gezichten zien er anders uit, ze hebben een veel donkerdere huid en mixen traditionele kledij met jeans & T-shirt. De fashionista’s, technologie en drukte van Bangkok zijn ver weg van dit deel van Thailand, de rust hier is geweldig!

De volgende dag gaat de rit verder met opnieuw prachtige landschappen om ons heen! Bovenop hellingen rijden we door majestueuze, frisse naaldbossen waar de lucht is afgekoeld door de lange, eeuwige schaduwen van de hoge bomen, beneden in dalen voert de wind de warme, zoete geur mee van droge grassen op de geoogste rijstvelden. We passeren enorme maïsvelden waarvan de kolven in grote, witte jutezakken naast de weg worden opgestapeld en de pick-ups gevaarlijk hoog geladen ons voorbij scheuren op de hellingen. Een halfuur verder zien we dezelfde pick-ups gelost worden naast een hakselaar die de maïskorrels gescheiden van hun kolven in een grote, gele stroom weer laadt in een andere pick-up terwijl de bladeren van de kolven als confetti op de weg neerdwarrelen wanneer ze op enorme hopen worden gestoven. Iets na de middag stoppen we in een ‘winkeltje’ langs de weg voor een koffie. De weg loopt over een bergrug en vanuit het winkeltje heb je een prachtig uitzicht op de enorme vallei beneden. De weg verdwijnt in een steile bocht naar beneden waar opeens we 2 blonde kopjes zien verschijnen die omhoog komen gewandeld. Jenna en Phoebe zijn Britse meisjes die in het dorp beneden werken in een project rond olifanten. We zitten in een stuk van Thailand waar geen Thai meer te vinden zijn, maar wel Hmong, Karen, Lahu en Lisu wonen. Ze worden ‘volkeren van de bergen’ genoemd en leven – verrassing! – over de landsgrenzen heen in de bergen van Myanmar, Thailand, Laos en Vietnam waar ze voornamelijk werken als boeren. Beneden ligt een Karen-dorp met enkele kuddes olifanten waarvoor in het onderhoud wordt voorzien door een Britse organisatie die vrijwilligers naar het dorp stuurt om met de olifanten te werken maar ook bv. Engelse les te geven aan de kinderen in het dorp. Het is er zo mooi en rustig dat we besluiten te blijven en pas morgen verder noordwestelijk te rijden naar Khum Yuam. We komen te weten dat de vrouw van het winkeltje 2 hutjes heeft en hoeveel ze kosten maar om de één of andere reden kunnen we ze niet zien… Gelukkig spreekt Phoebe ondertussen Karen want met de paar Thaise zinnetjes die we kennen komen we hier geen stap verder: de meesten spreken helemaal geen Thai! Iemand anders blijkt de sleutel te hebben en komt pas rond 16u terug van het veld, daarop moeten we dus wachten. Met zo’n uitzicht is dat geen probleem dus we kletsen nog wat verder met Jenna en Phoebe en spelen met de twee superschattige puppy’s die er achter mekaar aan crossen rond het winkeltje. Jenna en Phoebe moeten weer aan het werk dus wanneer de sleutel arriveert duurt het even voor we duidelijk gemaakt krijgen dat we graag een warm deken zouden willen hebben, en uitleggen dat we iets willen eten is evenmin eenvoudig. Dàt we willen eten, ok, maar dan vraagt ze ons wat en geeft ze ons een boekje met allemaal foto’s van Thaise gerechten. De eerste 20 die we aanwijzen heeft ze niet en eigenlijk maakt het ons ook helemaal niks uit wàt we eten, we hebben gewoon honger. Op een bepaald moment lijken we dat duidelijk te kunnen maken want ze vertrekt gewoon naar de keuken en begint iets te maken: noedelsoep zo blijkt later J Zodra de zon weg is wordt het weer ijskoud en vluchten we vroeg ons hutje in, onder de dekens.

Dag 4 en we zijn opnieuw vroeg wakker, drinken een koffietje en zien de zon opkomen boven een wollig wolkendek dat de hele vallei bedekt als een dekentje. Rugzak op, crossmasjien op en weg! Rijst- en maïsvelden glijden langs ons heen en we rijden door een boel Karen-dorpjes gelijkaardig aan dat in de vallei onder ons de dag voordien: idyllische setting, houten huizen op palen met daaronder een schoongeveegd stuk aangestampte aarde met weefgetouw en rondslingerend speelgoed en gereedschap, de geur van gestoomde rijst en gebraden vlees die ons tegemoet komt, papayaboompjes langs de weg,… We kopen minimandarijntjes en rijstkoekjes en rijden verder. De weg gaat op een bepaald moment wel érg steil naar beneden en lijkt wel een glijbaan in een wildwaterpark; de baan loopt op langs de buitenbocht en af langs de binnenbocht. Zo is het makkelijker om naar boven te rijden maar jammer genoeg vang je daarmee ook snelheid onderweg naar beneden. Iets té veel snelheid gezien het gewicht op onze tweewieler, zeker als je net over een veeg kleine steentjes rijdt… We vallen op onze zij neer in het gras langs de weg – gelukkig! – en meer dan wat schrammen en schaafwonden, blauwe plekken en een stijve nek is er niet aan de hand. We stoppen in Khum Yuam om te tanken, een nieuw vizier te kopen voor mijn helm (dat gebroken is door de val) en eten er superspicy plakrijst met rode pepers en varkensgehakt die bij Maarten de stoom uit zijn oren doet komen: reëel risico wanneer je nooit precies weet wat je op je bord gaat krijgen J In de namiddag komen we aan in Mae Hong Son, een gezellig provinciestadje in de Shanheuvels, vlakbij de grens met Myanmar. In onze footprint staat dat je etnisch gezien niet veel verder van Thailand verwijderd kan zijn dan hier, en dat zien we op de gezichten van de inwoners. Birmezen, Chinezen, Maleisiërs, Karen en Hmong,… Slechts 2% hier is effectief Thai! We wandelen rond het meer en langs de Birmese Wat onder een zalig mild zonnetje: eindelijk weer wat warmte! Wanneer de avond valt rijden we omhoog de heuvels in naar een boeddhistisch klooster vanwaar we een prachtig uitzicht hebben op de stad en de omliggende Shanheuvels waartussen we de zon in felle tinten oranje zien ondergaan. ’s Avonds eten we bij een straatstalletje op het gras naast een Wat in de stad pad thai en een papayaslaatje dat zelfs mijn mond binnen de kortste keren in vuur en vlam doet staan… Wanneer we gaan slapen merk ik dat ik meer en meer last krijg van mijn stijve nek van het vallen en de volgende ochtend zijn ook mijn schouders helemaal geblokkeerd. Ik kan me nauwelijks oprichten, laat staan dat ik de rugzak zo een volle dag kan dragen dus ik ga op zoek naar een massage. Niemand in het massagesalon dat ik binnenwandel spreekt een woord Engels maar mijn robotmoves verraden gauw genoeg wat er aan de hand is en anderhalf uur lang is een vrouw bezig met het hardhandig losmaken van mijn nek en schouders met een mix van Thaise- en oliemassage. Het is allerminst aangenaam en doet zelfs ronduit pijn maar deugd doet het wel; na afloop zijn mijn spieren en pezen effectief minder geblokkeerd, zalig gevoel! Ik hoop maar op het beste wanneer we dezelfde dag nog noordoostelijk doorrijden naar Soppong! Jammer genoeg is het opnieuw een baan met superscherpe haarspeldbochten en maken we opnieuw een uitschuiver… Mijn pas losgemaakte nek en schouders zijn hier niet zo blij mee maar buiten een gebroken achteruitkijkspiegel en serieuze schaafwonden bij Maarten mogen we ons opnieuw gelukkig prijzen dat het niets meer is dan dat. Het is maar een paar uur rijden maar bij aankomst voel ik me echt geradbraakt en het allerlaatste stuk doe ik te voet en laat ik Maarten met de rugzak naar het hostal rijden. Dat hostal is de ‘Cave Lodge’, staat in elke reisgids maar is tegelijk zo afgelegen dat het nog altijd maar een beperkt en enigszins select groepje mensen aantrekt: het ligt zeker niet op de partyroute! De lodge ligt in het midden van de bergen op 9km van Soppong en je komt er langs een bochtig, eenzaam weggetje door de dennenbossen. De eigenaar van de zaak is John, een Australiër met een fantastisch levensverhaal die hier 30 jaar geleden is aangespoeld en nooit meer is weggegaan. Alles is van hout en de muren en het dak zijn bamboematten. Het hoofdgebouw met gemeenschappelijke ruimte en dorms staat op hoge palen bovenaan een heuvel, is volledig open en geeft uitzicht op de beboste helling naar beneden richting de rivier waar tussen de bomen houten bungalows staan, eveneens op palen. Die bungalows zitten jammer genoeg vol, dus we sluiten aan bij één van de dorms in de lodge zelf. Het is lang geleden dat we nog es in een slaapzaal hebben gelegen en hoewel er natuurlijk 0,0 privacy is (in deze dorm liggen de matrasjes op één verhoog allemaal op slechts 20cm van mekaar), vind ik het toch fijn om opnieuw zo’n groepsgevoel te hebben met onze mededormers J 

1km van de lodge liggen een paar huizen met het obligate noedelsoepstalletje en na het tigste noedelsoepje als lunch (dinner, ontbijt,…) wandelen we met een hele bende van de lodge naar de vlakbij gelegen Tham Lot grot, dé attractie in dit afgelegen stukje Thailand. De grot is zo’n 1,5km lang, herbergt een rivier, rotstekeningen en duizenden jaren oude teakhouten doodskisten. Bij zonsondergang is er een spektakel te zien van duizenden zwaluwen die de grot in komen gevlogen terwijl haviken tegelijk door hun vlucht snellen voor een eindeloos buffet en op hetzelfde moment duizenden vleermuizen de grot weer uitvliegen en aan hun dag beginnen: heel cool! ’s Avonds eten we in de lodge (ik kan niet nóg meer noedelsoep aan…) en is het een gezellige avond met mensen van over de hele wereld die naar dit uithoekje komen om te trekken, aan speleologie te doen of gewoon te chillen in de natuur. Soppong ligt opnieuw hoger, middenin de bergen en wordt iiiiiiijskoud zodra de zon weg is! Als je slaapt in een houten megahut met bamboematjes als muren en dak is dat niet zo aangenaam en ondanks de 2 dekens hebben we het toch flink koud die eerste nacht… De volgende nachten gaan we dekens verzamelen van lege bedden in de andere dorms en is het beter J



Dag 6 rijden we nergens heen maar trekken we te voet met behulp van een rudimentair door John zelfgemaakt kaartje van de omgeving de bergen in. De richtingaanwijzingen zijn niet echt duidelijk en er is geen pad maar we slagen er toch in ‘de hut in het rijstveld’ te vinden, daar linksaf te slaan tot we aan het begin van de helling komen en dan recht omhoog te gaan tot we op de heuvelrug staan en een prachtig zicht hebben op de vallei rondom! Heel toevallig lopen we daar een Belgisch koppel tegen het lijf dat in Bali een B&B uitbaat en nu op vakantie is in Thailand. Zij hebben een gids bij, en omdat het nogal onnozel is om 10m achter hen dezelfde richting uit te lopen, wandelen we met hen mee over de heuvelrug en op het einde daarvan de helling af richting een Lisu-dorp beneden. Zij houden ergens halt en wij gaan verder, doen onze schoenen uit, waden door de rivier, wandelen door de rijstvelden en lopen het dorp binnen waar we teken doen dat we ergens zouden willen eten en een oude vrouw ons 2 stukken yuca toestopt om op te knabbelen onderweg naar – je raadt het nooit! – het plaatselijke noedelsoepstandje J Na onze noedelsoeplunch trekken we verder en in plaats van dezelfde weg terug te nemen, besluiten we de weg te volgen die steil over een andere heuvel loopt om terug naar beneden af te dalen tot op enkele kilometers van de lodge. En als ik zeg steil, bedoel ik steil... Hoe koud het ook moge zijn ’s ochtends voor 10u wanneer de zon er nog niet in slaagt door de mist te priemen en ’s avonds zodra ze weer verdwenen is, overdag is er een brandende zon en om vlak na de middag dan een volwassen heuvel over te wandelen is dat niet zo prettig… In de late namiddag komen we terug aan in de lodge, nemen we een frisse douche en besluiten we om daar te blijven tot Kerstmis. John bereidt al 29 jaar lang elke Kerstavond een speciaal buffet en de groep mensen met wie we er rondhangen is echt tof en komt het dichtst in de buurt bij een familie voor zo’n gelegenheid J

Dag 7: Kerstavond-dag!!!! We ontbijten met de hele bende en doen gemeenschappelijk NIKS J We kletsen wat bij een koffietje, lezen in John’s draft van zijn autobiografie (ón-gelooflijk wat die man hier in de Golden Triangle allemaal heeft meegemaakt in al die jaren…), surfen wat op internet (oh ja, ook hier is er wifi!) en rijden naar Soppong voor biertjes J Om 19u start het buffet: pompoencrèmesoep met lookbroodjes, gebraden kip met patatjes en groenten en als dessert fruitcake met slagroom: olé! Het is echt heel gezellig en een onnozele bende met Jorge uit Antwerpen, Laetitia uit Frankrijk, Kristof uit Duitsland, Grand en Mike uit de UK en Ashwin uit India: mijn wijntje (John heeft wat Australische liggen: budget-bust totally worth it!), de rest hun pintjes en Ashwin’s Black Label Johnnie Walker slinken zienderogen en we zijn de enigen die om 1u30 nog rond de tafel zitten J Maarten neemt dan ook gebruik van de situatie om zich tegoed te doen aan John’s uitgebreide muziekcollectie en doet Nick Cave, The Triffids en Pink Floyd door de boxen schallen: een geslaagde avond!

Dag 8 is het Kerstmis en tijd om te vertrekken! Het ritje richting het westen is opnieuw supermooi en gaat van bergruggen met panoramisch zicht tot steile haarspeldbochten in de bossen, gelukkig geraken we er dit keer zonder tegen de grond te gaan J We komen rond de middag al aan in Pai: hét hippiedorp hier in Thailand! Pai was vroeger een klein boerendorpje met 1 straat en de Pairivier die erdoor loopt, middenin een vallei.  Dat kleine dorpje is nu lichtjes getransformeerd tot hippiemekka en is een aaneenschakeling van restaurantjes, guesthouses en souvenirwinkeltjes. Iedereen die we erover spraken vond het ofwel fantastisch ofwel de hel maar wij vinden het best nog wel prettig J Omdat we onze tweewieler hebben, hebben we de vrijheid om een slaapplaats te zoeken buiten het centrum, die we vinden in een supercheape houten bungalow op 3km van het dorp, middenin een prachtige tuin met bananen- en sinaasappelbomen: zalig! We blijven 2 dagen in Pai en doen opnieuw helemaal niks J We kopen ’s avonds yoghurt en cornflakes in de 7/11 die we ’s ochtends in bed consumeren, samen met een koffietje (gratis heet water waar we verblijven), bananen en sinaasappels (gratis uit de tuin), en Twin Peaks. We douchen, lezen een beetje op ons terrasje, rijden naar Pai voor lunch, struinen rond in het dorpje, rijden terug naar huis, lezen nog een beetje, doen warmere kleren aan wanneer de zon ondergaat, rijden terug naar het dorp om te gaan eten op de dagelijkse avondmarkt, kopen ontbijt in de 7/11, enz… Hoi J De elfde dag nadat we vertrokken zijn uit Chiang Mai maken we de lus compleet en rijden we terug naar waar we begonnen zijn. We gooien de tank nog es vol, eten een rijstsoepje (ik) en noedelsoepje (Maarten, ik kan het niet meer aan) en beginnen aan de befaamde ‘weg van 762 bochten’! We zien ontzèttend veel verkeer in de omgekeerde richting komen zo vlak voor het weekend, Chiang Mai lijkt wel leeg te lopen richting Pai! Ook zonder uitschuivers deze keer – want we zijn wel 2 keer gevallen maar dat lag echt wel aan de vieze bochten en niet aan Maarten’s rijstijl - komen we na een paar koffietjes, bamboestokjes met sesamplakrijst en een noedelsoepje (er is niks anders te vinden…) in de late namiddag veilig weer aan aan in Chiang Mai waar we ons stalen ros droppen bij zijn rechtmatige eigenaar, na trouw verleende diensten!



Terug in Chiang Mai voelt het een beetje als thuiskomen en beseffen we dat ons onbestemde rusteloze gevoel van 2 weken geleden niet aan Chiang Mai lag, maar aan ons. Je kan India wel van je af douchen, maar niet zo makkelijk uit je hoofd zetten. Onze roadtrip in het noorden was exact wat we nodig hadden om te ontwennen van India en te wennen aan Thailand! Onze ‘thuiskomst’ is dan ook heerlijk en de fijne mensen in ons hostal zijn nog steeds daar. Het plan was om nog voor een paar dagen oostelijk te reizen en tijdig terug in Chiang Mai te zijn voor Nieuwjaar maar dat plan laten we varen… Onze dagen tot Nieuwjaar worden gevuld met heerlijk eten bij ‘Addy’s’, lezen, bloggen, rondhangen met Eric (Portugal, masseur, komt jaarlijks enkele maanden naar Chiang Mai om zich bij te scholen) en Jacob (UK, is naar Chiang Mai gekomen om zichzelf heruit te vinden…), massage, fruitshakes, koffietjes… Het plan was om voor Nieuwjaar met Leo en Olivia naar een electrofeestje te gaan van vrienden van hen maar omdat de zaal last minute werd geannuleerd gaat het niet door. Op Oudejaarsavond  gaan we dan met Andy (UK, ook uit ons hostal), Eric en een paar Portugese vrienden van hem iets eten bij een straatstalletje dat toevallig een prima uitzicht geeft op de ontelbare Chinese lantaarns die van Tha Pae Gate worden opgelaten. We halen een wijntje, pintjes en blijven nog lang aan het opklaptafeltje bij het straatstalletje zitten, het is zo gezellig dat het 24u is voor we er erg in hebben! We zitten ideaal voor een super uitzicht op al het vuurwerk dat wordt afgeschoten, we laten samen ook een paar Chinese lantaarns op en trekken dan naar de party! Een kilometer verder is er een straatje vol barretjes en het feest is daar al dik aan de gang! In de reggaebar is er een live-optreden waarna we verhuizen naar Zoew’s  waar Leo en Olivia zijn voor wat drum&bass: zalig! Tegen 3u30 wandelen we weer naar huis om de volgende ochtend op te staan met een gigàntische kater… We moeten uitchecken om 11u dus het wordt afzien in de tuin van het hostal! Jacob, Eric, Maarten en ik maken een paar tripjes naar Addy’s en terug, er wordt geschaakt en er wordt door mij vooral de horizontale pose aangenomen. Met spijt in het hart nemen we afscheid van iedereen, bij een laatste curry @ Addy’s vanzelfsprekend, en nemen we een songthaew naar het station voor de nachtbus naar Bangkok… Onze bus blijkt een ongeluk gehad te hebben onderweg naar Chiang Mai dus na wat heen-en-weer verhuis van de ene naar de andere vervangbus zijn we dan toch onderweg… Echt slapen op zo’n bus doe je niet en de slaaptrein zat jammer genoeg al volgeboekt tot 15 januari (!) dus we zijn niet echt in ons beste doen wanneer we om 8u ’s ochtends arriveren in Bangkok. We nemen de stadsbus van Mo Chit naar ons hostal en kruipen ons bed in… Daar zijn we ondertussen ook weer uit en het plan is om vandaag nog wat praktische dingen te regelen voor onze vlucht morgenochtend naar Myanmar: spannend!!!!

 

Volgend verslag: eind januari!


3 Comments

    Author

    "Reminds me of my safari in Africa. Somebody forgot the corkscrew and for several days we had to live on nothing but food and water."

    Archives

    February 2015
    January 2015
    December 2014
    November 2014
    October 2014
    September 2014
    August 2014
    July 2014
    June 2014
    May 2014
    April 2014
    March 2014
    February 2014
    January 2014
    December 2013
    November 2013
    October 2013
    September 2013

    Categories

    All

    RSS Feed

Powered by Create your own unique website with customizable templates.